Zijn we blij of niet dat door betere gezondheid en een aantal andere factoren, de levensverwachting is toegenomen? In ieder geval zijn er een aantal spookverhalen over vergrijzing in omloop, zeg maar demografische mythen waarmee ouderen een schuldcomplex wordt aangewreven. Liebje Hoekendijk heeft deze in haar
boek op een rijtje gezet.
En u kunt er flink op los reageren.
Mythe 1: Nederland gaat gebukt onder de vergrijzing.
Deze valt in Nederland juist mee. Minder dan een op de vijf Nederlanders heeft zijn 65ste verjaardag gevierd. We zijn het minst vergrijsde land van Europa. We zullen in de toekomst hoogstens naar het midden opschuiven.
Mythe 2: Ouderen zijn verantwoordelijk voor de vergrijzing.
Vergrijzing gaat over de verhouding tussen het aantal jongeren en ouderen. Vergrijzing komt echter door het afnemend aantal geboorten.
Mythe 3: Vergrijzing is een demografisch probleem.
Nee, demografen vinden dat de bevolking nu extreem jong is, een tijd van ‘vergroening’. Het gevolg van lagere geboortecijfers zal zijn dat de totale bevolking afneemt. Aangezien Nederland dichtbevolkt is, kan men over het nadeel daarvan twijfelen.
Mythe 4: We moeten meer kinderen krijgen.
Maar elke nieuwe wereldburger kost de staat per saldo meer dan hij door belasting de rest van zijn leven terugbetaalt. Ouderen kosten minder dan kinderen. Trouwens, het grote aantal ouderen is gestart met een babyboom! De staat heeft geen invloed op de keuze van gezinnen voor het aantal kinderen. Van de vrouwen die geboren zijn rond 1980 zal achttien procent kinderloos blijven.
Mythe 5: De pensioenen worden onbetaalbaar.
Oorsprong van dit gerucht is een OESO-rapport van 1996. Het valt in Nederland mee. Vele Nederlanders hebben zelf voor hun pensioen gespaard. Nog een factor die wordt vergeten: over pensioenafdrachten wordt (flink) belasting geheven, een inkomstenbron voor de overheid.
De kosten van de gezondheidszorg lopen op volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), door technologische ontwikkelingen en hogere aspiraties, niet door toenemende ouderenzorg. Misschien is er ruimte voor een verschuiving naar minder technologie en naar meer verzorging.
Mythe 6: Straks is er niemand om voor ons te werken.
De beste oplossing daarvoor is het aan werk helpen van vrouwen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten, het arbeidspotentieel is nog lang niet uitgeput. Herhaaldelijk is betoogd dat immigratie hiervoor in ieder geval niet helpt.
Mythe 7: We moeten langer blijven werken.
Dat kan inderdaad nodig zijn, maar doen we dat omdat het moet of omdat we het graag willen? Daarbij komt dat we op dit moment zelden tot het 65ste jaar werken. Om die eigenlijke leeftijd vol te maken moet soms wat aan de organisatie van het werk gebeuren, anders vallen we uit de arbeid wegens arbeidsongeschiktheid (of arbeidersongeschiktheid van het werk) en niet wegens leeftijd.
Mythe 8: Vergrijzing is een probleem van ouderen.
Ook jonge mensen kunnen grijs worden. Het is een kwestie van haarkleuring onder invloed van melanine. Je kunt vroegtijdig grijs worden door zorgen als, voeg ik hieraan toe, je te veel zorgen te maken over de vergrijzing.
| |
| Gerard de Wilde |
2006-01-16 23:38:06 650 |
Meer kinderen krijgen om de vergrijzing op te vangen? Tja. En tegelijkertijd moeten alle vrouwen aan het werk en tegelijkertijd krimpt de staat de kinderopvang in....Ik weet niet hoor...maar dat is toch paradoxaal beleid.
|
| |