Begin 2012 wordt deze website geheel vernieuwd!
Wees een van de eerste om hierover informatie te krijgen en schrijf u in voor de nieuwsbrief:
Lang leve(n) leren en werken!?
Je leest en hoort dit steeds vaker. In eerste instantie denk je moet dan nu weer? We hebben toch na jaren strijd de VUT regeling voor elkaar gekregen waar we nu halsreikend naar uit zien. Het ideaal van een toekomstig “Zwitserleven” wil iedereen toch?
Ouder worden is een feest en dat hebben we toch wel verdiend. Sterker nog we worden eigenlijk helemaal niet ouder. We blijven jong tot in lengte van dagen mits we er natuurlijk wel wat voor over hebben. Maar dat is toch niet leren en werken?
En dan horen we opeens ook steeds vaker dat we gemiddeld zo’n 25 jaar langer gezond en vitaal blijven leven maar dat de samenleving tegelijkertijd voortdurend signalen geeft dat we op steeds jongere leeftijd tot de “ouderen“ worden gerekend met alle (verouderde) gevolgen van dien. En als klap op de vuurpijl lezen we ook nog dat het Zwitserleven een “fata morgana” is. (Ed Nijpels, Grijs Werkt.)
Laten we bij het begin beginnen. Nog steeds wordt ons leven ingedeeld in verschillende fases met voor ieder fase specifieke algemene kenmerken. Niets mis mee, alleen maar handig toch?
Waren het er vroeger drie nu zijn het er al vijf geworden. Waarvan de vierde fase eigenlijk geheel nieuw is. Voorbeelden van onze voorouders zijn er praktisch niet. Deze fase wordt wel vergeleken met de adolescentie fase (een fase na de puberteit en voor de volwassenheid).
Dus veel vrijheid om nieuwe mogelijkheden te verkennen en zelf beslissingen en verantwoordelijkheden te nemen. Het lijkt een extra groot feest maar het vraagt toch wel veel “Levenskunst”. Het is nu nog sociaal wenslijk te zeggen dat je ”eindelijk alleen gaat genieten“.
Of dat je zo druk druk druk bent. Maar wil je het eigenlijk wel zo? Misschien alleen omdat je denkt dat het zo hoort. De twijfel kan toeslaan. Jazeker, een wel verdiende rust maar toch ook een overbelasting of juist verveling. Of je weet precies wat je wil b.v je verworven kennis en ervaring, op eigen voorwaarden, doorgeven. Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd die samenleving je, op steeds jongere leeftijd, steeds weer duidelijk maakt dat ze je niet meer nodig hebben. Ook wordt een leven lang leren en werken aangeprezen. Dit is een moeilijke paradox. Als je je wat meer verdiept in deze “nieuwe levensfase” dan kom je steeds weer andere paradoxen tegen. Vindt u dat ook? Reageer dan met eigen meningen en ervaringen. Ook anderen kunnen er wat aan hebben.
Manda Kapil
Frans Rijs
2006-09-12 21:22:04 972
Naast mijn wachtgeld wilde ik (60)nog veel doen. Het opnieuw intreden in mijn vak gebied is mij niet gelukt. Bij het CWI (arbeidsbureau) waar ik mijn licht opstak voor een verlenging wist men geen invulling te vinden in mijn vakgebied te vinden. Als technisch documentalist was ik toegevoegd aan een technisch werkveld.
Ik verzorgde handleidingen / werktekeningen tbv reparatie of nieuwbouw. Bij het arbeidsbureau wist men niet wat hiermee aan te moeten. "probeerd U het maar bij de 65+ internet side". Ik voelde me erg oud en ben maar in verbazing weggegaan. Blijkbaar hebben ze geen technisch documentalist nodig...of het CWI weet niet wat dat is. Er is blijkbaar veel veranderd in het benoemen van beroepen.
Erica Eykema
2006-10-04 10:47:20 1000
Als voorzitter van de Stichting The Right Image proberen we een nieuwe insteek voor de tweede helft van de loopbaan te geven. Een van onze "statements" is "De 60 plusser werkt gewoon door". Dat kan ook door de gemiddelde langere levensduur en de algemeen gezondere levensstijl van de huidige wat oudere mens. Zeker waar geen zwaar fysiek werk aan de orde is kan tot ver in de 60 doorgewerkt worden. Er komen ook steeds meer signalen, dat dat gebeurt. 60 Plussers gaan terug naar de schoolbanken en studeren af als oa. jurist en beginnen hun eigen bureau. Ooit was er een tijd dat sommige functionarissen tot hun 70e doorwerkten: hoogleraren, rechters, en nog steeds in het vrije beroep artsen, architecten etc. Vaak is er juist een groei in een beroep op oudere leeftijd. Plato schreef zijn werk op 70 jarige leeftijd, mede gezien de levensduur in die tijd als zeer oude man.
Op dit moment zitten we, denk ik, in de overgangsfase van VUT en vroeg uitreden naar weer terug naar de jaren 70 van de vorige eeuw, toen jong en oud gewoon naast elkaar werkten en dat heel normaal was.