
Ik heb nu echter twee maal gemerkt dat het bij een bepaalde groep ouderen niet werkt. Bij mensen in verzorgingshuizen, dus de mensen op hoge leeftijd past het verhaal niet. Zij zijn niet bezig met de maatschappij, maar heel concreet met het eigen persoonlijke leven en hoe het (geestelijke) hoofd boven water te houden. Ik zal een tweede lezing moeten maken en die achter de hand houden om te kunnen aanpassen aan het publiek.
En dan is er een derde lezing-onderwerp tevoorschijn gekomen: Vrijwilligerswerk. Ik ben gevraagd om speciaal voor het (grote) vrijwilligersbestand van een instelling te praten, en dan ook over vrijwilligerswerk.
Dat is leuk. Het is mijn oude onderwerp waarbij je veel samen doet met de zaal.
Bij deze verslagen ‘on-tour’ vertel ik voornamelijk over het nagesprek. Mijn lezing zelf herhaal ik hier niet. Het zijn de nagesprekken die het telkens weer zo anders maken.
17 oktober Arnhem bibliotheek
Al tijdens mijn lezing kwamen de opmerkingen en de verhalen. Een dame vertelde hoezeer ze genoten had van het moederschap (ik had n.l. net verteld dat ik het gedoe met kleinkinderen leuker vond dan vroeger met de kinderen omdat dat zwaar was in die tijd, voor zover je je dat goed herinnert natuurlijk). Zij vertelde hoe het moederschap voor haar de mooiste en intensiefste ervaring van haar leven was geweest. Ze vertelde ongeveer haar hele levensverhaal, en het was opvallend hoe belangstellend en ‘lief’ eigenlijk de anderen naar haar luisterden. Daarna weer iemand anders en weer iemand; het was echt de morgen van de levensverhalen.
Ik had gesproken over grote veranderingen, bijvoorbeeld verhuizen van een grote woning naar een kleine woning en hoe goed het was om dat toch met iets bijzonders te markeren, bijvoorbeeld het kopen van een schilderij. Een dame sprong op en zei: ‘Dat vind ik ook, ik ben schilderes!’
Na de pauze droeg men het onderwerp euthanasie voor dementerenden aan. Ja, er is intensief gewerkt die morgen, door deelnemers van heel verschillende leeftijden, ook jongeren.
Later konden we nog op een terrasje lunchen, op 17 oktober!
1 november, Rijswijk bibliotheek
De mensen die daar aanwezig waren, zijn echte helden. De enige werkelijk vreselijke dag van dit jaar wat weer betreft: regen, storm, kou. Maar we hadden toch het zaaltje vol.
Voor 11 aanwezigen was het een bijzondere bijeenkomst: het waren de leden van de nieuwe Seniorenraad, en dit was hun eerste dag in functie, die ze besteedden door naar de lezing te komen. We hebben ons dus vooral met beleidsonderwerpen bezig gehouden, zoals te verwachten was. Een andere deelneemster wilde nog praten over hoe je mensen kunt activeren. ‘Mensen moeten het toch zelf doen’. Ja, maar soms zakt men onder een bepaald energie-niveau en dan is een beetje hulp van buitenaf net dat zetje dat het verschil kan maken.
De nieuwe seniorenraad schafte voor ieder het boek aan, te betalen van het eerste vakatiegeld.
16 november Den Bosch bibliotheek
Het nagesprek ging hier vooral over het vrijwilligerswerk dat men deed. Het is leuk dat men daar zo enthousiast over praat! Een gepensioneerde militair – je gaat al met 55 jaar met pensioen – ging nieuwe recruten voorlichten over de geschiedenis van hun eenheid, en later over de vestingen rond Den Bosch. Die band met de eigen geschiedenis wordt in de formele lesstof niet gelegd, maar deze vrijwilliger van buitenaf gaf dat wel, en men luisterde ademloos. Men komt hem zelfs halen en brengen naar de kazerne.
Iemand anders gaf les aan buitenlandse vrouwen, ook met veel pleizier. Er waren nog meer verhalen.
Iemand vroeg waarom ik twee leeftijdsgroepen van ouderen noem, terwijl verder iedereen het alleen heeft over ‘de derde leeftijd’. Mijn antwoord is, dat de twee die ik noem onderscheiden moeten worden omdat er geen grotere tegenstelling denkbaar is dan tussen die twee: de actieve ouderdom met ‘oud is feest’ en de mensen die onomkeerbaar van zorg afhankelijk zijn. Die verschillen komen ook bij het publiek van de lezingen naar voren, hoewel ik bij de laatste levensfase met zorg-afhankelijkheid toch ook aan mensen in verpleeghuizen denk.
21 november Assen Woon-zorg instelling
De directeur van de instelling (zelf iemand van 18 karaats goud) had ook bewoners uit de buurt uitgenodigd, zodat we voor hen een avondbijeenkomst moesten houden. Lastig, want zo laat kun je eigenlijk niet meer terug en we moesten in een hotel slapen.
Er kwamen alleen mensen uit de eigen instelling. Toen viel me weer op dat men alle energie nodig heeft om zelf te overleven, zodat de samenlevingsaspecten van ouderdom buiten de belangstelling vallen. Deze mensen zijn niet de actieve ouderen uit mijn eerste hoofdstuk ‘oud is feest’.
Een dame van 93 jaar vertelde over haar ervaringen uit het jappenkamp. De vernederingen, het afpakken van alles wat je hebt… en daarna, dat je verdriet niet serieus genomen wordt. Ze praatte erover alsof ze het gisteren had meegemaakt – en dat was voor haar ook zo. Ze zei dat ze minder weerstand tegenover de vreselijke herinneringen had nu ze ouder werd. Voor haar hoefde het allemaal niet meer. Ze kon ook niet meer lezen. Joos bood voor de grap aan om mijn boek aan haar te komen voorlezen, en daar ging ze op in en kwam er telkens op terug. Dat kan natuurlijk niet want Joos woont in Den Haag, maar voorgelezen worden was voor haar nog een mogelijkheid van bevrijding uit de cirkel van haar dwanggedachten. Ik hoop dat er voor haar een voorlezer gevonden wordt.
Twee mensen vertelden hoe ze hun partner plotseling verloren. Mooie dood voor die partner, maar zwaar te verteren voor henzelf. Een vrouw miste haar man toch zo erg. Soms zei ze in bed: ‘Kom Hennie, doe jij nou ook eens wat’ en dat hielp, dan werd ze rustiger. Ze was overtuigd dat haar man haar, waar hij ook mocht zijn, had gehoord en geholpen.
Een dame was jarig en kocht het boek voor zichzelf als cadeautje. ‘Je moet van mensen houden’ zei ze, ‘daar gaat het om’.
Overigens waren allen zeer tevreden over het wonen in de instelling ‘de Wijde Blik’. Iemand zei dat hij medebewoners had waarmee hij nog op de lagere school had gezeten!
In de nabespreking met de directeur zei ze dat het voor haar een eye-opener was geweest te zien dat er zo’n grote behoefte bestaat om over het eigen persoonlijke leven te praten. Ze gaat bedenken hoe daar verder vorm aan te geven valt.
De volgende keer over de serie bibliotheek-lezingen in Rotterdam e.o. en die over vrijwilligerswerk.
Liebje Hoekendijk