Als je dement wordt of anderszins in de war, moet er iemand anders voor je opkomen. En als er geen familie is, zijn daar vrijwilligers voor’ Goed opgeleid en toegerust voor de taak om of over geldzaken te
beslissen (bewindvoerder) of over andere belangen (mentor), aangewezen door de kantonrechter. Meestal nemen nu de verzorgers die taak op zich, maar die belaangemn hoeven niet altijd samen te vallen. In andere landen bestaat dat al langer. Een mentor moet handelen in de gest van een patient en moet zich daarin inleven. In de laatste levensfase kan het erom spannen. Het kost een halve dag per week, maar nadat de paatient gestorven is even rust, want je rouwt om iemand.
In 1995 bestaat de wet op het mentorschap. Er zijn er nu 800, maar eigenlijk is er behoefte aan 7000 zegt docent femilie- en gezondheidsrecht aan de VU, dr. Kees Blankman
Trouw 18-9-07 ‘Wie niet kan regelen krijgt een mentor’